Direct naar de inhoud
EveryLingua Alle talenWoordenboek
NL
Alle thema’s (84)

A2  ·  Spelling en leestekens

Hoofdletters

Thema 38 van 84 · ca. 4 min

Je doel

Je schrijft dagen, maanden, nationaliteiten, talen en I met een hoofdletter, en de rest met een kleine letter.

I speak German and a little French.Ik spreek Duits en een beetje Frans.

Our meeting is on Tuesday in March.Onze afspraak is op een dinsdag in maart.

He studied law and physics.Hij heeft rechten en natuurkunde gestudeerd.

Gehaald bij 8 van 10 · ca. 4 min.

Uitlegvideo

Eerst kijken, dan oefenen

Het belangrijkste

OnthoudDagen, maanden en nationaliteiten met hoofdletter, I altijd.

Dagen, maanden en talen met een hoofdletter, I altijd.

Signaalwoorden
  • Monday
  • English
  • I
  • summer
  • history

De vorm

De patronen in één oogopslag

Elke rij zegt eerst wanneer of waarvoor je het patroon gebruikt en geeft dan een voorbeeld in het Engels.

met hoofdletterMonday, July, English, Christmas, Doctor Brown
met kleine lettersummer, history, doctor, north
altijd hoofdletterI
titelsThe Old Man and the Sea

De regels één voor één

De vorm waar dit thema over gaat

  1. Gewone zelfstandige naamwoorden schrijf je met een kleine letter.

    The teacher gave the students their books.De lerares gaf de leerlingen boeken.

  2. Talen en nationaliteiten krijgen een hoofdletter, ook als bijvoeglijk naamwoord.

    She likes German films and Italian food.Ze houdt van Duitse films en de Italiaanse keuken.

  3. Dagen van de week, maanden en feestdagen krijgen een hoofdletter, seizoenen niet.

    We met in July, last summer.We leerden elkaar in juli kennen, vorige zomer.

Meer regels (1)
  1. In titels krijgen alle belangrijke woorden een hoofdletter.

    A Room with a ViewEen kamer met uitzicht

Voorbeeldzinnen

Meer voorbeeldzinnen (6)

I speak German and English.Ik spreek Duits en Engels.

We meet every Monday in March.We zien elkaar elke maandag in maart.

She is from northern Italy.Ze komt uit Noord-Italië.

The Second World War ended in 1945.De Tweede Wereldoorlog eindigde in 1945.

He works for the British Museum.Ze werkt in het British Museum.

My birthday is in the summer.Ik ben in de zomer jarig.

De valkuil voor Nederlandstaligen

Let op

In het Nederlands schrijf je “maandag” en “juli” met een kleine letter, dus in het Engels ontstaat on monday, in july. Dat valt meteen op. Daarbij komt i in plaats van I — “ik” midden in de zin is in het Nederlands klein, in het Engels nooit.

Fout:On monday i met a german Colleague.
Goed:On Monday I met a German colleague.

Les

Uitgebreid uitgelegd

Lees de hele uitleg · ca. 1 min

In het Engels schrijf je gewone zelfstandige naamwoorden met een kleine letter — net als in het Nederlands. Een hoofdletter krijgen eigennamen, het begin van de zin en een paar bijzondere groepen.

Een deel van die groepen kent het Nederlands ook: talen en nationaliteiten, ook als bijvoeglijk naamwoord (English, a Dutch film — “een Nederlandse film”). Het verschil zit hier: dagen van de week (Monday — “maandag”), maanden (July — “juli”) en feestdagen (Christmas) krijgen in het Engels een hoofdletter, net als titels voor een naam (Doctor Brown).

Met een kleine letter: seizoenen (summer), windrichtingen als richting (drive north — maar the North als gebied), schoolvakken (I study history — behalve talen) en beroepen zonder naam (a doctor). En verder: I — “ik” — schrijf je altijd met een hoofdletter, ook midden in de zin.

De werkwoorden van deze pagina in alle vormen: give · like · speak · meet

Verwante thema’s

Schrijf nu zelfZinnen bij dit thema: 4, getypt en meteen gecontroleerd.

Deze woorden heb je nodig5

Ze komen voor in de voorbeelden en oefeningen van dit thema en zijn op dit punt van het leerpad nieuw.

  • studentstudent, leerling
  • littleklein; weinig
  • physicsnatuurkunde
  • historygeschiedenis
  • to practiseoefenen

Oefen als flitskaarten

Mis je een woord? Zoek het op in het woordenboek