A2VerhaalLoopbaan2 min.
The New Card
De eerste week op een nieuw kantoor — en een pasje dat de deur niet opendoet.
Een verhaal in de Past Simple. Let op de werkwoorden: sommige krijgen gewoon -ed (opened, waited), andere veranderen helemaal (go – went, say – said). Je kunt beginnen met de makkelijkere versie en daarna het origineel lezen.
On Monday Nora started her new job in a big office near the river. A man at the front desk gave her a white card with her name on it. "This card opens every door on the third floor," he said.
Nora went up in the lift and tried the card at the first door. Nothing happened. She tried again, slowly. The light stayed red. A woman with two cups of coffee waited behind her.
"Is it your first day?" the woman asked. "I am Ada. The cards never work on Mondays." She laughed and opened the door with her own card. Then she gave Nora one of the coffees.
In the afternoon Nora went back to the front desk. The man looked at the card and smiled. "I am sorry," he said. "This card is for the second floor." He made a new one in two minutes.
On Friday the card still worked. Nora did not need Ada at the door any more, but they had lunch together every day. Next week Nora is going to bring the coffee.
It is Monday. Nora has a new job. A man at the front desk gives her a white card with her name on it. "This card opens the doors on the third floor," he says.
Nora goes up to the third floor. She tries the card at the door. Nothing happens. The light is red. A woman with two cups of coffee waits behind her.
"Is it your first day?" the woman asks. "I am Ada." She opens the door with her card. Then she gives Nora a coffee.
In the afternoon Nora goes to the front desk again. The man looks at the card. "I am sorry," he says. "This card is for the second floor." He makes a new card.
On Friday the card works. Nora and Ada have lunch together every day. Next week Nora is going to bring the coffee.
Klik op een woord om het op te zoeken in de woordenschat van deze site.
Meer zinnen hierover in “Taal in de praktijk”: Engels op het werk en in je loopbaan
- Woorden
- 180
- Zinnen
- 22
- Woorden per zin
- 8,2
- in de woordenschat
- 100 %
- gemeten niveau
- A2
- Leestijd
- 2 min.
Grammatica in deze tekst
Deze vormen komen in de tekst in echt gebruik voor. Met “Toon grammatica” boven de tekst worden ze in kleur gemarkeerd.
started · tried · waited · opened · stayed
Regelmatige werkwoorden krijgen in de Past Simple -ed: started, tried, waited, opened. Past Simple →
gave · went · said · made
Veel vaak gebruikte werkwoorden zijn onregelmatig: give – gave, go – went, say – said, make – made. Onregelmatige werkwoorden →
is going to bring
Een plan voor later: be going to + grondvorm. “going to” →
De woorden vanaf A2 in deze tekst
Niet de moeilijke woorden in het algemeen, maar die van jouw niveau: allemaal (7) van de verschillende woorden in deze tekst (95) staan op A2 of hoger. Al het andere ken je al als je hier aankomt.
at your own risk
op eigen risico
B1back
rug
A2lift
lift
A2office
kantoor
A2river
rivier
A2still
nog steeds, nog altijd
A2to smile
glimlachen
A2
De woordenlijsten bij deze tekst
De woorden van deze tekst staan op woordenlijsten van deze site (lijsten: 21); het getal erachter zegt hoeveel woorden uit welke lijst komen. Wie de tekst gelezen heeft, heeft net deze woorden nodig gehad – en kan precies die overhoren.
De werkwoorden van deze pagina in alle vormen: be · go · give · try · have · do · ask · make
Begripsvragen
Vragen bij de tekst: 4. Bij elk antwoord verschijnt de zin waarin het staat – een vraag waarvan je het antwoord niet in de tekst terugvindt, toetst niets.
1. Wat krijgt Nora maandag bij de receptie?
Kijk in de eerste alinea: wie staat er bij de receptie?
Let op het woord “card”.
gave her a white card with her name on it
2. Waarom doet het pasje de deur niet open?
Het antwoord komt pas ’s middags, als Nora terug naar de receptie gaat.
Let op “second floor” en vergelijk het met de eerste alinea.
This card is for the second floor
3. Wat doet Ada als ze de deur heeft opengedaan?
Lees de derde alinea tot het eind.
Let op het woord “Then”.
Then she gave Nora one of the coffees
4. Wat wil Nora volgende week doen?
Het antwoord staat in de laatste zin van het verhaal.
Let op “is going to” — zo praat je over plannen.
Next week Nora is going to bring the coffee