A2 · Woorden: 48
Lichaam en gezondheid in het Engels
Wat er pijn doet en hoe je dat zegt.
Oefen deze lijst
Uit deze woorden (48), zoveel per ronde als je wilt — tot en met allemaal: eerst wat vandaag te herhalen is, dan nieuwe. Eerst kies je, dan vul je in, dan schrijf je het zelf. Fouten komen al snel terug.
Meer over deze lijst
Deze lijst heb je zelden nodig, maar dan meteen. Er zitten twee eigenaardigheden in. Bij lichaamsdelen staat in het Engels een bezittelijk voornaamwoord waar het Nederlands vaak het lidwoord gebruikt: he broke his arm — “hij brak zijn arm”, niet the arm. En pijn druk je uit met have of met het werkwoord hurt: I have a headache, my back hurts. Let ook op “ik voel me”: het Engels zegt I feel better, zonder myself.
De woorden
Werkwoord (10)
to hurtpijn doen, bezerenWerkwoordA1
to feelzich voelenWerkwoordA1
Zonder wederkerend voornaamwoord: “I feel better”, niet “I feel myself better” — al zeg je “ik voel me”.
to restrusten, uitrustenWerkwoordA2
to sleepslapenWerkwoordA1
to breatheademenWerkwoordA2
to recoverherstellenWerkwoordB1
to touchaanrakenWerkwoordA2
to smellruikenWerkwoordA2
to diesterven, overlijdenWerkwoordA2
to swallowslikkenWerkwoordB1
Zelfstandig naamwoord (33)
Grammatica hierbij: Het meervoud · Het onbepaald lidwoord: “a” en “an”
bodylichaamZelfstandig naamwoordA1
headhoofdZelfstandig naamwoordA1
hairhaarZelfstandig naamwoordA1
“hair” is meestal ontelbaar: “her hair is long”, niet “her hairs are long”.
eyeoogZelfstandig naamwoordA1
earoorZelfstandig naamwoordA1
noseneusZelfstandig naamwoordA1
mouthmondZelfstandig naamwoordA1
toothtandZelfstandig naamwoordA2
Het meervoud is “teeth”.
handhandZelfstandig naamwoordA1
armarmZelfstandig naamwoordA1
legbeenZelfstandig naamwoordA1
footvoetZelfstandig naamwoordA1
Het meervoud is “feet”.
backrugZelfstandig naamwoordA2
stomachbuik, maagZelfstandig naamwoordA2
hearthartZelfstandig naamwoordA2
healthgezondheidZelfstandig naamwoordA2
painpijnZelfstandig naamwoordA2
doctordokter, artsZelfstandig naamwoordA1
hospitalziekenhuisZelfstandig naamwoordA2
Brits zonder lidwoord: “in hospital”. Amerikaans: “in the hospital”.
medicinemedicijn, geneesmiddelZelfstandig naamwoordA2
coldverkoudheidZelfstandig naamwoordA1
feverkoortsZelfstandig naamwoordA2
headachehoofdpijnZelfstandig naamwoordA2
appointmentafspraakZelfstandig naamwoordA2
Een afspraak met een tijd is “appointment”; een afspraak in de zin van “overeenkomst” is “agreement”.
emergencynoodgevalZelfstandig naamwoordA2
injuryblessure, verwondingZelfstandig naamwoordB1
treatmentbehandelingZelfstandig naamwoordB1
insuranceverzekeringZelfstandig naamwoordB1
exercisebeweging, lichaamsbewegingZelfstandig naamwoordA2
ankleenkelZelfstandig naamwoordA2
musclespierZelfstandig naamwoordA2
kneeknieZelfstandig naamwoordA2
nervezenuwZelfstandig naamwoordB1
Bijvoeglijk naamwoord (4)
Grammatica hierbij: Bijvoeglijk naamwoord of bijwoord? · Trappen van vergelijking
illziekBijvoeglijk naamwoordA1
Brits “ill”, Amerikaans meestal “sick”.
healthygezondBijvoeglijk naamwoordA2
tiredmoeBijvoeglijk naamwoordA1
sickziekBijvoeglijk naamwoordA2
Uitdrukking (1)
to put on weightaankomen (in gewicht)UitdrukkingB1
Mis je een woord? Zoek het op in het woordenboek
Deze lijst hoort bij Gezondheid en lichaam — lijsten: zes, woorden: 209; de hele categorie kun je ook in één keer oefenen.