Direct naar de inhoud
EveryLingua Alle talenWoordenboek
NL

Vervoeging van make

  • Betekenis maken
  • Niveau A1
  • Patroon onregelmatig

Wat bijzonder is aan dit werkwoord

  • Onregelmatig in veel tijden – het veiligst leer je de tabel als geheel. → Onregelmatige werkwoorden
  • De drie stamtijden om te leren: make – made – made.
  • Bijzondere spelling bij “-ing” (stomme e valt weg, medeklinker verdubbeld, “-ie” wordt “-y”): making. → Present Continuous
  • Uit de woordenlijst: “make” maakt iets, “do” doet een taak: “make a cake”, “do the washing-up”. Pas op: “huiswerk maken” is “do homework”.

Vet en onderstreept: de uitgang. ◆ markeert een vorm die van de regel afwijkt.

Aantonende wijs

Present simplePresent Simple (tegenwoordige tijd)

Imake
youmake
he/​she/​itmakes
wemake
youmake
theymake

Meer hierover: Present Simple

Past simplePast Simple (verleden tijd)

Imade
youmade
he/​she/​itmade
wemade
youmade
theymade

Meer hierover: Past Simple

Present perfectPresent Perfect

Ihave made
youhave made
he/​she/​ithas made
wehave made
youhave made
theyhave made

Meer hierover: Present Perfect

Past perfectPast Perfect (voltooid verleden tijd)

Ihad made
youhad made
he/​she/​ithad made
wehad made
youhad made
theyhad made

Meer hierover: Past Perfect

Future (will)toekomende tijd met “will”

Iwill make
youwill make
he/​she/​itwill make
wewill make
youwill make
theywill make

Meer hierover: “will”

Future perfectFuture Perfect (voltooid toekomende tijd)

Iwill have made
youwill have made
he/​she/​itwill have made
wewill have made
youwill have made
theywill have made

Voorwaardelijke wijs

Conditional (would)voorwaardelijke wijs met “would”

Iwould make
youwould make
he/​she/​itwould make
wewould make
youwould make
theywould make

Meer hierover: Zin met “if”, type 2

Conditional perfectvoltooid voorwaardelijke wijs met “would have”

Iwould have made
youwould have made
he/​she/​itwould have made
wewould have made
youwould have made
theywould have made

Duurvormen

Present progressivePresent Continuous

Iam making
youare making
he/​she/​itis making
weare making
youare making
theyare making

Meer hierover: Present Continuous

Past progressivePast Continuous

Iwas making
youwere making
he/​she/​itwas making
wewere making
youwere making
theywere making

Meer hierover: Past Continuous

Present perfect progressivePresent Perfect Continuous

Ihave been making
youhave been making
he/​she/​ithas been making
wehave been making
youhave been making
theyhave been making

Meer hierover: Present Perfect Continuous

Past perfect progressivePast Perfect Continuous

Ihad been making
youhad been making
he/​she/​ithad been making
wehad been making
youhad been making
theyhad been making

Future progressiveFuture Continuous

Iwill be making
youwill be making
he/​she/​itwill be making
wewill be making
youwill be making
theywill be making

Gebiedende wijs

Imperativegebiedende wijs, bevestigend

youmake
welet's make

Meer hierover: De gebiedende wijs

Onvervoegde vormen

Voorbeeldzinnen uit de cursus

Elke zin komt uit de woordenlijsten of grammaticathema’s van deze cursus. De werkwoordsvorm is gemarkeerd; eronder staat welke tijd en persoon het is.

  • I made it myself.Ik heb het zelf gedaan.

    made – Past simple · I; Past simple · you

  • She makes her own bread.Ze bakt zelf brood.

    makes – Present simple · he/she/it

  • You are making good progress.Je gaat goed vooruit.

    making – -ing form

  • That does not make sense to me.Voor mij is dat niet logisch.

    make – Present simple · I; Present simple · you

  • She made a pot of tea.Ze zette een pot thee.

    made – Past simple · I; Past simple · you

  • The table is made of wood.De tafel is van hout.

    made – Past simple · I; Past simple · you

Meer voorbeeldzinnen

  • My mum makes the best apple pie in the family.Mijn moeder maakt de lekkerste appeltaart van de familie.

  • The noise made it hard to concentrate.Door het lawaai was het moeilijk om je te concentreren.

  • Don't make any noise, the baby is asleep.Maak geen lawaai, de baby slaapt.

Typische fouten van Nederlandstaligen

  • Fout I made my homework.

    Goed I did my homework.

    “Huiswerk maken” is in het Nederlands “maken”, maar huiswerk is een taak, dus in het Engels do: do your homework.

  • Fout This film let me cry.

    Goed This film made me cry.

    Het Nederlandse “die film liet me huilen” lokt let uit, maar let is “toestaan”. Iets wat een gevoel veroorzaakt, is make someone + grondvorm, zonder to.

Vaste combinaties

  • make a decision — een beslissing nemen
  • make friends — vrienden maken
  • make a mistake — een fout maken
  • make money — geld verdienen
  • make the bed — het bed opmaken

Werkwoorden die je makkelijk verwart

  • do Doe je een taak of iets onbepaalds (do something), dan do; maak je iets nieuws, dan make.
  • build make is algemeen “maken”, build is iets groots bouwen: een huis, een brug, een bedrijf.

Kort oefenen

Open plekken: 5 – eerst uit de voorbeeldzinnen hierboven, dan uit de tabel. Elk antwoord telt mee voor je herhalingen.

Verder leren

Werkwoorden met hetzelfde patroon

Bijpassende grammaticathema’s

De vormen zijn berekend volgens de regels van de taal – twee keer, langs twee onafhankelijke wegen – en vergeleken met alle met de hand geschreven vormen in deze cursus. De voorbeeldzinnen zijn eigen zinnen van de cursus.