Direct naar de inhoud
EveryLingua Alle talenWoordenboek
NL

Vervoeging van build

  • Betekenis bouwen
  • Niveau A2
  • Patroon onregelmatig · wordt vervoegd als send

Wat bijzonder is aan dit werkwoord

Vet en onderstreept: de uitgang. ◆ markeert een vorm die van de regel afwijkt.

Aantonende wijs

Present simplePresent Simple (tegenwoordige tijd)

Ibuild
youbuild
he/​she/​itbuilds
webuild
youbuild
theybuild

Meer hierover: Present Simple

Past simplePast Simple (verleden tijd)

Ibuilt
youbuilt
he/​she/​itbuilt
webuilt
youbuilt
theybuilt

Meer hierover: Past Simple

Present perfectPresent Perfect

Ihave built
youhave built
he/​she/​ithas built
wehave built
youhave built
theyhave built

Meer hierover: Present Perfect

Past perfectPast Perfect (voltooid verleden tijd)

Ihad built
youhad built
he/​she/​ithad built
wehad built
youhad built
theyhad built

Meer hierover: Past Perfect

Future (will)toekomende tijd met “will”

Iwill build
youwill build
he/​she/​itwill build
wewill build
youwill build
theywill build

Meer hierover: “will”

Future perfectFuture Perfect (voltooid toekomende tijd)

Iwill have built
youwill have built
he/​she/​itwill have built
wewill have built
youwill have built
theywill have built

Voorwaardelijke wijs

Conditional (would)voorwaardelijke wijs met “would”

Iwould build
youwould build
he/​she/​itwould build
wewould build
youwould build
theywould build

Meer hierover: Zin met “if”, type 2

Conditional perfectvoltooid voorwaardelijke wijs met “would have”

Iwould have built
youwould have built
he/​she/​itwould have built
wewould have built
youwould have built
theywould have built

Duurvormen

Present progressivePresent Continuous

Iam building
youare building
he/​she/​itis building
weare building
youare building
theyare building

Meer hierover: Present Continuous

Past progressivePast Continuous

Iwas building
youwere building
he/​she/​itwas building
wewere building
youwere building
theywere building

Meer hierover: Past Continuous

Present perfect progressivePresent Perfect Continuous

Ihave been building
youhave been building
he/​she/​ithas been building
wehave been building
youhave been building
theyhave been building

Meer hierover: Present Perfect Continuous

Past perfect progressivePast Perfect Continuous

Ihad been building
youhad been building
he/​she/​ithad been building
wehad been building
youhad been building
theyhad been building

Future progressiveFuture Continuous

Iwill be building
youwill be building
he/​she/​itwill be building
wewill be building
youwill be building
theywill be building

Gebiedende wijs

Imperativegebiedende wijs, bevestigend

youbuild
welet's build

Meer hierover: De gebiedende wijs

Onvervoegde vormen

Voorbeeldzinnen uit de cursus

Elke zin komt uit de woordenlijsten of grammaticathema’s van deze cursus. De werkwoordsvorm is gemarkeerd; eronder staat welke tijd en persoon het is.

  • They build houses of wood.Ze bouwen huizen van hout.

    build – Present simple · I; Present simple · you

  • They built the shed themselves.Ze hebben het schuurtje zelf gebouwd.

    built – Past simple · I; Past simple · you

  • His grandfather built this house.Zijn opa heeft dit huis gebouwd.

    built – Past simple · I; Past simple · you

  • I built it by myself.Ik heb het zelf gebouwd.

    built – Past simple · I; Past simple · you · Wederkerende voornaamwoorden

  • They built the bridge in 1890.De brug werd in 1890 gebouwd.

    built – Past simple · I; Past simple · you

Meer voorbeeldzinnen

  • They built a new bridge over the river last year.Vorig jaar bouwden ze een nieuwe brug over de rivier.

  • My grandfather built this house himself.Mijn opa heeft dit huis zelf gebouwd.

  • Trust takes years to build.Vertrouwen opbouwen kost jaren.

Typische fouten van Nederlandstaligen

  • Fout The house is built at the moment.

    Goed The house is being built at the moment.

    “Het huis wordt nu gebouwd” is een lijdende vorm die nog bezig is: is being built. is built betekent dat het huis al af is.

Vaste combinaties

  • build a career — een carrière opbouwen
  • build up confidence — zelfvertrouwen opbouwen
  • build a relationship — een band opbouwen

Werkwoorden die je makkelijk verwart

  • make Hetzelfde verschil van de andere kant: een huis, een weg, een bedrijf — build; een taart, een jurk, koffie — make.

Kort oefenen

Open plekken: 5 – eerst uit de voorbeeldzinnen hierboven, dan uit de tabel. Elk antwoord telt mee voor je herhalingen.

Verder leren

Werkwoorden met hetzelfde patroon

Bijpassende grammaticathema’s

De vormen zijn berekend volgens de regels van de taal – twee keer, langs twee onafhankelijke wegen – en vergeleken met alle met de hand geschreven vormen in deze cursus. De voorbeeldzinnen zijn eigen zinnen van de cursus.