Direct naar de inhoud
EveryLingua Alle talenWoordenboek
NL

 ·  Lijsten: 2  ·  woorden: 104

Mensen, familie en gevoelens

Familie, verwanten, gevoelens.

Wat deze lijsten bij elkaar houdt

De familiewoorden liggen dicht bij het Nederlands: der Vater, die Mutter, der Bruder, die Schwester. Het verschil zit in het lidwoord en in een paar eigen woorden: die Eltern zijn de ouders, der Neffe en die Nichte zijn de zoon en de dochter van je broer of zus, terwijl de kinderen van je oom en tante der Cousin en die Cousine heten. Het Nederlands gebruikt voor beide hetzelfde woord, het Duits niet. Het geslacht loopt vaak gelijk op — das Kind en das Mädchen, zoals “het kind” en “het meisje” —, maar niet altijd: het Nederlands zegt “de baby”, het Duits das Baby. Bij gevoelens horen vaak wederkerende werkwoorden: sich freuen, sich ärgern.

Bijvoorbeeld: der Mann (de man, de echtgenoot), das Gefühl (het gevoel)

De lijsten (twee)

Verdeeld over de niveaus

De categorie loopt door alle niveaus heen — het is een gebied en geen moeilijkheidsgraad. Als je haar oefent, kun je bovenaan de oefenpagina ook een niveau kiezen; dan krijg je alleen het deel dat daar staat.

NiveauWoordenAandeel
A14644 %
A23736 %
B12120 %

Oefen deze categorie

Meerkeuze en invullen, uit alle lijsten (twee) en alle woorden (104). Wat je fout beantwoordt, komt morgen terug.