· Lijsten: 2 · woorden: 104
Mensen, familie en gevoelens
Familie, verwanten, gevoelens.
Wat deze lijsten bij elkaar houdt
De familiewoorden liggen dicht bij het Nederlands: der Vater, die Mutter, der Bruder, die Schwester. Het verschil zit in het lidwoord en in een paar eigen woorden: die Eltern zijn de ouders, der Neffe en die Nichte zijn de zoon en de dochter van je broer of zus, terwijl de kinderen van je oom en tante der Cousin en die Cousine heten. Het Nederlands gebruikt voor beide hetzelfde woord, het Duits niet. Het geslacht loopt vaak gelijk op — das Kind en das Mädchen, zoals “het kind” en “het meisje” —, maar niet altijd: het Nederlands zegt “de baby”, het Duits das Baby. Bij gevoelens horen vaak wederkerende werkwoorden: sich freuen, sich ärgern.
Bijvoorbeeld: der Mann (de man, de echtgenoot), das Gefühl (het gevoel)
De lijsten (twee)
- A1Mensen en familieWoorden: 48
- A2Gevoelens en karakterWoorden: 56
Verdeeld over de niveaus
De categorie loopt door alle niveaus heen — het is een gebied en geen moeilijkheidsgraad. Als je haar oefent, kun je bovenaan de oefenpagina ook een niveau kiezen; dan krijg je alleen het deel dat daar staat.
| Niveau | Woorden | Aandeel |
|---|---|---|
| A1 | 46 | 44 % |
| A2 | 37 | 36 % |
| B1 | 21 | 20 % |
Oefen deze categorie
Meerkeuze en invullen, uit alle lijsten (twee) en alle woorden (104). Wat je fout beantwoordt, komt morgen terug.