B1GeschichteLeben im Land1 Min.
De verhuizing
Ein Umzug in den dritten Stock ohne Aufzug — und ein Trick, den nur alte Häuser in den Niederlanden haben.
Erzählt im Perfekt. Achte auf zijn bei verhuizen (We zijn verhuisd.) und auf die trennbaren Verben im Partizip: vastgemaakt, uitgepakt.
Vorige maand zijn wij verhuisd. Ons nieuwe appartement is in een oud huis aan een gracht, op de derde verdieping.
Het huis heeft geen lift en de trap is heel smal en steil. Hoe krijg je dan een bank en een kast naar boven?
Een vriend van ons wist het. Bovenaan het huis zit een grote haak. Daar hebben we een touw aan vastgemaakt.
De grote dingen hebben we buiten met het touw naar boven getrokken en door het raam naar binnen gehaald. Dat ging langzaam, maar het ging goed.
Na twee dagen hadden we alles uitgepakt. Nu wonen we heel mooi, met uitzicht op het water. Maar we gaan niet snel weer verhuizen!
Vorige maand zijn wij verhuisd. Ons appartement is op de derde verdieping.
Het huis heeft geen lift en de trap is smal.
Bovenaan het huis zit een haak. Daar zit een touw aan.
De grote dingen gingen met het touw naar boven. Ze gingen door het raam naar binnen.
Nu wonen we heel mooi, met uitzicht op het water.
Ein Klick auf ein Wort schlägt es im Wortschatz dieser Seite nach.
Mehr Sätze dazu in „Sprache im Einsatz“: Niederländisch nach dem Umzug
- Wörter
- 114
- Sätze
- 12
- Wörter je Satz
- 9,5
- im Wortschatz
- 100 %
- gemessene Stufe
- B1
- Lesedauer
- 1 Min.
Grammatik in diesem Text
Diese Formen stehen im Text in echtem Gebrauch. Mit „Grammatik zeigen“ über dem Text werden sie farbig markiert.
zijn wij verhuisd
verhuizen bildet das Perfekt mit zijn: zijn wij verhuisd. Ik heb gefietst, ik ben naar huis gefietst: hebben oder zijn →
wist het · Dat ging langzaam
Das Imperfekt der starken Verben: wist von weten, ging von gaan. Liep, ging, kwam, zag: das starke Imperfekt →
Daar hebben we een touw aan vastgemaakt
Statt aan dat sagt man daar … aan, und die Präposition rückt nach hinten: Daar hebben we een touw aan vastgemaakt. erop, ermee, daaraan, waarmee: er mit Präposition →
Die Wörter ab B1 in diesem Text
Nicht die schweren Wörter überhaupt, sondern die deiner Stufe: alle 6 von 76 Wörtern dieses Textes stehen auf B1 oder darüber. Alles andere kennst du, wenn du hier angekommen bist.
de gracht
die Gracht
B1de haak
der Haken
B1het touw
das Seil
B1het uitzicht
die Aussicht
B1vastmaken
festmachen, befestigen
B1verhuizen
umziehen
B1
Die Wortlisten zu diesem Text
Die Wörter dieses Textes stehen in 17 Listen dieser Seite; die Zahl dahinter sagt, wie viele davon aus welcher Liste kommen. Wer den Text gelesen hat, hat gerade diese Wörter gebraucht — und kann genau sie abfragen.
Verständnisfragen
3 Fragen zum Text. Zu jeder Antwort erscheint der Satz, in dem sie steht — eine Frage, deren Antwort man im Text nicht wiederfindet, prüft nichts.
1. Op welke verdieping wonen ze nu?
Kijk in de eerste alinea.
Zoek het woord “verdieping”.
op de derde verdieping
2. Waarom is het moeilijk om de bank naar boven te brengen?
Kijk in de tweede alinea.
Zoek de woorden “lift” en “trap”.
Het huis heeft geen lift en de trap is heel smal
3. Hoe kwamen de grote dingen naar binnen?
Kijk in de vierde alinea.
Zoek het woord “raam”.
door het raam naar binnen gehaald