A2 · Woorden: 50
Vrije tijd en sport in het Engels
Wat je doet als je niets hoeft te doen.
Oefen deze lijst
Uit deze woorden (50), zoveel per ronde als je wilt — tot en met allemaal: eerst wat vandaag te herhalen is, dan nieuwe. Eerst kies je, dan vul je in, dan schrijf je het zelf. Fouten komen al snel terug.
Meer over deze lijst
Bij sport beslist het werkwoord: play bij balspelen, go bij alles op -ing, do bij de rest. play football, go swimming, do yoga — waar het Nederlands “voetballen”, “gaan zwemmen” en “aan yoga doen” zegt. Wie dat door elkaar haalt, wordt begrepen, maar klinkt meteen vreemd.
De woorden
Werkwoord (18)
to playspelen, bespelenWerkwoordA1
“play” bij balspelen en instrumenten — maar “play the piano” met lidwoord, “play football” zonder.
to swimzwemmenWerkwoordA1
to runhardlopen, rennenWerkwoordA1
to riderijden (op de fiets, te paard)WerkwoordA2
to winwinnenWerkwoordA2
to loseverliezen; kwijtrakenWerkwoordA2
to traintrainenWerkwoordA2
to watchkijken naarWerkwoordA1
to dancedansenWerkwoordA1
to singzingenWerkwoordA1
to drawtekenenWerkwoordA2
to go outuitgaanWerkwoordA2
to relaxontspannen, uitrustenWerkwoordA2
Zonder wederkerend voornaamwoord: “I relax”, niet “I relax myself” — anders dan “zich ontspannen”.
to enjoygenieten vanWerkwoordA2
Na “enjoy” staat “-ing”: “enjoy reading”, niet “enjoy to read”. En zonder “of”: “enjoy the evening”.
to meet upafspreken, elkaar zienWerkwoordA2
to collectverzamelenWerkwoordA2
to joinmeedoen, lid wordenWerkwoordA2
to jumpspringenWerkwoordA2
Zelfstandig naamwoord (23)
Grammatica hierbij: Het meervoud · Het onbepaald lidwoord: “a” en “an”
ballbalZelfstandig naamwoordA1
guitargitaarZelfstandig naamwoordA2
free timevrije tijdZelfstandig naamwoordA2
hobbyhobbyZelfstandig naamwoordA1
sportsportZelfstandig naamwoordA1
footballvoetbalZelfstandig naamwoordA1
Brits “football”, Amerikaans “soccer”.
teamteam, ploegZelfstandig naamwoordA2
matchwedstrijdZelfstandig naamwoordA2
Brits “match”, Amerikaans “game”.
musicmuziekZelfstandig naamwoordA1
“listen to music” — “listen” heeft altijd “to” nodig.
filmfilmZelfstandig naamwoordA1
Brits “film”, Amerikaans “movie”.
concertconcertZelfstandig naamwoordA2
partyfeest, feestjeZelfstandig naamwoordA1
funplezier, lolZelfstandig naamwoordA1
“fun” is ontelbaar. Een grappig mens is “funny” — en “funny” betekent ook “vreemd”.
bank holidayofficiële vrije dagZelfstandig naamwoordB1
Brits “bank holiday”, Amerikaans “public holiday”.
clubclub, verenigingZelfstandig naamwoordA2
gymsportschool, gymzaalZelfstandig naamwoordA2
Een Nederlands gymnasium is geen “gymnasium” — dat woord betekent in het Engels gymzaal. Het gymnasium is “grammar school”.
songliedje, nummerZelfstandig naamwoordA2
moviefilm (Amerikaans)Zelfstandig naamwoordA2
photofotoZelfstandig naamwoordA2
pianopianoZelfstandig naamwoordA2
shoppingboodschappen, winkelenZelfstandig naamwoordA2
gamespelZelfstandig naamwoordA2
starsterZelfstandig naamwoordA2
Bijvoeglijk naamwoord (3)
Grammatica hierbij: Bijvoeglijk naamwoord of bijwoord? · Trappen van vergelijking
boringsaaiBijvoeglijk naamwoordA2
“I am boring” betekent “ik ben saai”. Wie zich verveelt, zegt “I am bored”.
interestinginteressantBijvoeglijk naamwoordA1
tired outdoodop, uitgeputBijvoeglijk naamwoordB1
Uitdrukking (6)
to take photosfoto’s makenUitdrukkingA2
Met take: “take a photo”, niet “make a photo”.
to travel aroundrondreizenUitdrukkingA2
to do the gardeningin de tuin werkenUitdrukkingA2
to be intogek zijn op, interesse hebben inUitdrukkingB1
to look forward tozich verheugen op, uitkijken naarUitdrukkingB1
to have a gohet proberenUitdrukkingB1
Mis je een woord? Zoek het op in het woordenboek
Deze lijst hoort bij Vrije tijd en sport — lijsten: twee, woorden: 79; de hele categorie kun je ook in één keer oefenen.