A2 · Woorden: 48
School en leren in het Engels
Lessen, examens en het leren zelf.
Oefen deze lijst
Uit deze woorden (48), zoveel per ronde als je wilt — tot en met allemaal: eerst wat vandaag te herhalen is, dan nieuwe. Eerst kies je, dan vul je in, dan schrijf je het zelf. Fouten komen al snel terug.
Meer over deze lijst
Wie deze site gebruikt, gebruikt precies de woorden waar het hier om gaat. Er zit één grote valkuil in: het Nederlandse “leren” is in het Engels twee werkwoorden. I learn English — ik leer het zelf; she teaches me English — zij leert het mij. Nooit she learns me. Verder: een gymnasium is een gymzaal, to pass an exam is “slagen”, en een cijfer is een mark.
De woorden
Werkwoord (14)
to learnleren (zelf)WerkwoordA1
“learn” is zelf iets eigen maken; iemand anders iets leren is “teach”. “study” is “ermee bezig zijn, studeren”.
to studystuderen, lerenWerkwoordA1
to teachlesgeven, (iemand iets) lerenWerkwoordA1
“She teaches me English”, niet “She learns me English”.
to passslagen (voor)WerkwoordA2
“pass” is “slagen”, niet alleen “afleggen”. Een examen doen is “take an exam”.
to failzakken (voor)WerkwoordA2
to practiseoefenenWerkwoordA2
In het Brits “practise” als werkwoord en “practice” als zelfstandig naamwoord; in het Amerikaans “practice” voor allebei.
to rememberzich herinneren, onthoudenWerkwoordA2
to forgetvergetenWerkwoordA1
to explainuitleggenWerkwoordA2
“explain something to somebody” — nooit “explain me something”.
to writeschrijvenWerkwoordA1
to readlezenWerkwoordA1
to spellspellen, schrijvenWerkwoordA2
to improveverbeterenWerkwoordA2
to reviseherhalen (leerstof)WerkwoordB1
In het Brits “revise” voor een examen; in het Amerikaans “review”.
Zelfstandig naamwoord (31)
Grammatica hierbij: Het meervoud · Het onbepaald lidwoord: “a” en “an”
schoolschoolZelfstandig naamwoordA1
Zonder lidwoord als het om het doel gaat: “go to school”. Met lidwoord als het om het gebouw gaat.
universityuniversiteitZelfstandig naamwoordA2
lessonlesZelfstandig naamwoordA1
coursecursusZelfstandig naamwoordA2
subjectvak, onderwerpZelfstandig naamwoordA2
examexamen, tentamenZelfstandig naamwoordA2
testtoets, testZelfstandig naamwoordA1
markcijferZelfstandig naamwoordA2
Brits “mark”, Amerikaans “grade”. Een “noot” of “note” is het niet.
homeworkhuiswerkZelfstandig naamwoordA1
Ontelbaar en altijd enkelvoud: “homework is”, niet “homeworks”. En je “doet” het: “do your homework”.
mistakefout, vergissingZelfstandig naamwoordA2
“make a mistake”, net als “een fout maken”.
examplevoorbeeldZelfstandig naamwoordA2
worksheetwerkbladZelfstandig naamwoordA2
bookboekZelfstandig naamwoordA1
pagebladzijde, paginaZelfstandig naamwoordA1
wordwoordZelfstandig naamwoordA1
sentencezinZelfstandig naamwoordA2
questionvraagZelfstandig naamwoordA1
answerantwoordZelfstandig naamwoordA1
meaningbetekenisZelfstandig naamwoordA2
dictionarywoordenboekZelfstandig naamwoordA2
vocabularywoordenschatZelfstandig naamwoordA2
Ontelbaar: niet “vocabularies” als het om je eigen woordenschat gaat.
grammargrammaticaZelfstandig naamwoordA2
pronunciationuitspraakZelfstandig naamwoordA2
Let op de spelling: “pronunciation”, zonder de “o” van “pronounce”.
progressvooruitgangZelfstandig naamwoordA2
Ontelbaar: “make progress”, niet “progresses”.
degreediploma, graadZelfstandig naamwoordB1
studentstudent, leerlingZelfstandig naamwoordA1
pencilpotloodZelfstandig naamwoordA2
sciencenatuurwetenschappenZelfstandig naamwoordA2
“science” is meestal de natuurwetenschap, niet “wetenschap” in het algemeen.
pupilleerlingZelfstandig naamwoordA2
notebookschrift, notitieboekjeZelfstandig naamwoordA2
physicsnatuurkundeZelfstandig naamwoordA2
Eindigt op “-s” en is toch enkelvoud: “Physics is hard”.
Bijvoeglijk naamwoord (1)
Grammatica hierbij: Bijvoeglijk naamwoord of bijwoord? · Trappen van vergelijking
grammaticalgrammaticaalBijvoeglijk naamwoordB1
“a grammatical mistake” is een grammaticafout.
Bijwoord (1)
aloudhardopBijwoordA2
Uitdrukking (1)
by heartuit het hoofdUitdrukkingB1
Mis je een woord? Zoek het op in het woordenboek
Deze lijst hoort bij School en studie — lijsten: twee, woorden: 69; de hele categorie kun je ook in één keer oefenen.