Direct naar de inhoud
EveryLingua Alle talenWoordenboek
NL

Vervoeging van win

  • Betekenis winnen
  • Niveau A2
  • Patroon onregelmatig

Wat bijzonder is aan dit werkwoord

  • Onregelmatig in veel tijden – het veiligst leer je de tabel als geheel. → Onregelmatige werkwoorden
  • De drie stamtijden om te leren: win – won – won.
  • Bijzondere spelling bij “-ing” (stomme e valt weg, medeklinker verdubbeld, “-ie” wordt “-y”): winning. → Present Continuous

Vet en onderstreept: de uitgang. ◆ markeert een vorm die van de regel afwijkt.

Aantonende wijs

Present simplePresent Simple (tegenwoordige tijd)

Iwin
youwin
he/​she/​itwins
wewin
youwin
theywin

Meer hierover: Present Simple

Past simplePast Simple (verleden tijd)

Iwon
youwon
he/​she/​itwon
wewon
youwon
theywon

Meer hierover: Past Simple

Present perfectPresent Perfect

Ihave won
youhave won
he/​she/​ithas won
wehave won
youhave won
theyhave won

Meer hierover: Present Perfect

Past perfectPast Perfect (voltooid verleden tijd)

Ihad won
youhad won
he/​she/​ithad won
wehad won
youhad won
theyhad won

Meer hierover: Past Perfect

Future (will)toekomende tijd met “will”

Iwill win
youwill win
he/​she/​itwill win
wewill win
youwill win
theywill win

Meer hierover: “will”

Future perfectFuture Perfect (voltooid toekomende tijd)

Iwill have won
youwill have won
he/​she/​itwill have won
wewill have won
youwill have won
theywill have won

Voorwaardelijke wijs

Conditional (would)voorwaardelijke wijs met “would”

Iwould win
youwould win
he/​she/​itwould win
wewould win
youwould win
theywould win

Meer hierover: Zin met “if”, type 2

Conditional perfectvoltooid voorwaardelijke wijs met “would have”

Iwould have won
youwould have won
he/​she/​itwould have won
wewould have won
youwould have won
theywould have won

Duurvormen

Present progressivePresent Continuous

Iam winning
youare winning
he/​she/​itis winning
weare winning
youare winning
theyare winning

Meer hierover: Present Continuous

Past progressivePast Continuous

Iwas winning
youwere winning
he/​she/​itwas winning
wewere winning
youwere winning
theywere winning

Meer hierover: Past Continuous

Present perfect progressivePresent Perfect Continuous

Ihave been winning
youhave been winning
he/​she/​ithas been winning
wehave been winning
youhave been winning
theyhave been winning

Meer hierover: Present Perfect Continuous

Past perfect progressivePast Perfect Continuous

Ihad been winning
youhad been winning
he/​she/​ithad been winning
wehad been winning
youhad been winning
theyhad been winning

Future progressiveFuture Continuous

Iwill be winning
youwill be winning
he/​she/​itwill be winning
wewill be winning
youwill be winning
theywill be winning

Gebiedende wijs

Onvervoegde vormen

Voorbeeldzinnen uit de cursus

Elke zin komt uit de woordenlijsten of grammaticathema’s van deze cursus. De werkwoordsvorm is gemarkeerd; eronder staat welke tijd en persoon het is.

  • We hope to win the match.We hopen de wedstrijd te winnen.

    win – Present simple · I; Present simple · you

  • She won the championship twice.Ze heeft twee keer het kampioenschap gewonnen.

    won – Past simple · I; Past simple · you

  • Our team won again.Ons team heeft weer gewonnen.

    won – Past simple · I; Past simple · you

  • If I won the lottery, I would buy a house by the sea.Als ik de loterij won, zou ik een huis aan zee kopen.

    won – Past simple · I; Past simple · you · Zin met “if”, type 2

Meer voorbeeldzinnen

  • Who won the election?Wie heeft de verkiezingen gewonnen?

  • Our school wins the chess tournament every year.Onze school wint elk jaar het schaaktoernooi.

  • She won a trip to Rome in a competition.Ze won met een wedstrijd een reis naar Rome.

Typische fouten van Nederlandstaligen

  • Fout We won from Spain 2–1.

    Goed We beat Spain 2–1.

    “Winnen van Spanje” is in het Engels beat Spain. win gaat samen met een wedstrijd of een prijs, niet met de tegenstander.

Vaste combinaties

  • win an award — een prijs winnen
  • win someone over — iemand voor je winnen
  • win by a mile — met grote overmacht winnen

Werkwoorden die je makkelijk verwart

  • lose De uitslag: win of lose; maar een tegenstander verslaan is beat.

Kort oefenen

Open plekken: 5 – eerst uit de voorbeeldzinnen hierboven, dan uit de tabel. Elk antwoord telt mee voor je herhalingen.

Verder leren

Werkwoorden met hetzelfde patroon

Bijpassende grammaticathema’s

De vormen zijn berekend volgens de regels van de taal – twee keer, langs twee onafhankelijke wegen – en vergeleken met alle met de hand geschreven vormen in deze cursus. De voorbeeldzinnen zijn eigen zinnen van de cursus.