Direct naar de inhoud
EveryLingua Alle talenWoordenboek
NL

B1  ·  Woorden: 27

Koken en bereiden in het Engels

Een Engels recept lezen en de handelingen benoemen.

Oefen deze lijst

Uit deze woorden (27), zoveel per ronde als je wilt — tot en met allemaal: eerst wat vandaag te herhalen is, dan nieuwe. Eerst kies je, dan vul je in, dan schrijf je het zelf. Fouten komen al snel terug.

Meer over deze lijst

Levensmiddelen hebben een eigen lijst — hier staan de werkwoorden. Een Engels recept bestaat bijna alleen uit werkwoorden, en ze zijn kort: chop, stir, fold, whisk. Wie ze kent, redt zich met elk recept, ook als er een ingrediënt in staat dat je niet kent.

De woorden

Werkwoord (16)

to chopfijnsnijden, hakkenWerkwoordB1
Chop the onions finely.Snijd de ui fijn.
to slicein plakken snijdenWerkwoordB1
Slice the bread thinly.Snijd het brood in dunne sneetjes.
to peelschillenWerkwoordB1
Peel the potatoes first.Schil eerst de aardappelen.
to stirroerenWerkwoordB1
Stir until the sugar disappears.Roer tot de suiker is opgelost.
to pourgieten, inschenkenWerkwoordB1
Pour the milk in slowly.Giet de melk er langzaam bij.
to boilkoken (aan de kook brengen)WerkwoordA2
Boil the water before you add the rice.Breng het water aan de kook voordat je de rijst toevoegt.
to frybakken (in de pan)WerkwoordA2
Fry the onions for three minutes.Bak de ui drie minuten.
to bakebakken (in de oven)WerkwoordA2
Bake it for half an hour.Bak het een halfuur.
to roastroosteren, braden (in de oven)WerkwoordB1
Roast the vegetables with a little oil.Rooster de groente met een beetje olie.
to grillgrillen, gratinerenWerkwoordB1
Grill the cheese until it turns brown.Gratineer de kaas tot hij bruin is.

In het Brits is “grill” ook de grill boven in de oven; in het Amerikaans is het de barbecue buiten (“broil” in de oven).

to steamstomenWerkwoordB1
Steam the beans for six minutes.Stoom de sperziebonen zes minuten.
to serveopdienen, serverenWerkwoordA2
Serve it warm with bread.Serveer warm met brood.
to mixmengenWerkwoordB1
Mix everything in a large bowl.Meng alles in een grote kom.

Vervoeging van mix →

to weighwegenWerkwoordB1
Weigh the flour, do not guess.Weeg de bloem, niet gokken.

Vervoeging van weigh →

to burnaanbranden, verbrandenWerkwoordB1
The bottom burned a little.De onderkant is een beetje aangebrand.
to drainafgietenWerkwoordB1
Drain the pasta and keep a cup of water.Giet de pasta af en houd een kopje water apart.

Zelfstandig naamwoord (8)

Grammatica hierbij: Het meervoud · Het onbepaald lidwoord: “a” en “an”

ingredientingrediëntZelfstandig naamwoordB1
You only need five ingredients.Je hebt maar vijf ingrediënten nodig.
bowlkom, schaalZelfstandig naamwoordB1
Put the dough back in the bowl.Doe het deeg terug in de kom.
panpanZelfstandig naamwoordB1
Use the small pan for the sauce.Neem voor de saus een kleine pan.

In het Brits is “a pan” vaak ook een kookpan; preciezer is “saucepan”. Een koekenpan is “frying pan”.

ovenovenZelfstandig naamwoordA2
Heat the oven to 200 degrees.Verwarm de oven voor op 200 graden.

Uitspraak ongeveer “uh-vn”, niet als het Nederlandse “oven”.

liddekselZelfstandig naamwoordB1
Leave the lid on for ten minutes.Laat het deksel er tien minuten op.
teaspoontheelepelZelfstandig naamwoordB1
Add half a teaspoon of salt.Voeg een halve theelepel zout toe.
tablespooneetlepelZelfstandig naamwoordB1
Two tablespoons of oil are enough.Twee eetlepels olie zijn genoeg.
leftoversrestjesZelfstandig naamwoordB1
The leftovers keep for two days.De restjes blijven twee dagen goed.

Bijvoeglijk naamwoord (2)

Grammatica hierbij: Bijvoeglijk naamwoord of bijwoord? · Trappen van vergelijking

rawrauwBijvoeglijk naamwoordB1
The middle was still raw.Het midden was nog rauw.
spicypittig, heetBijvoeglijk naamwoordA2
It is spicier than it looks.Het is pittiger dan het eruitziet.

Een scherp mes is “sharp”; scherp eten is “spicy” of “hot”.

Uitdrukking (1)

to melt butterboter smeltenUitdrukkingB1
Melt the butter over a low heat.Smelt de boter op een laag vuur.

Terug naar de overhoring ↑

Mis je een woord? Zoek het op in het woordenboek

Deze lijst hoort bij Eten en boodschappen — lijsten: zes, woorden: 232; de hele categorie kun je ook in één keer oefenen.

Deze woorden beluisteren en herkennen in de luistertraining