Direct naar de inhoud
EveryLingua Alle talenWoordenboek
NL

Vervoeging van close

  • Betekenis sluiten, dichtdoen
  • Niveau A1
  • Patroon regelmatig

Wat bijzonder is aan dit werkwoord

  • Bijzondere spelling bij “-ing” (stomme e valt weg, medeklinker verdubbeld, “-ie” wordt “-y”): closing. → Present Continuous

Vet en onderstreept: de uitgang. ◆ markeert een vorm die van de regel afwijkt.

Aantonende wijs

Present simplePresent Simple (tegenwoordige tijd)

Iclose
youclose
he/​she/​itcloses
weclose
youclose
theyclose

Meer hierover: Present Simple

Past simplePast Simple (verleden tijd)

Iclosed
youclosed
he/​she/​itclosed
weclosed
youclosed
theyclosed

Meer hierover: Past Simple

Present perfectPresent Perfect

Ihave closed
youhave closed
he/​she/​ithas closed
wehave closed
youhave closed
theyhave closed

Meer hierover: Present Perfect

Past perfectPast Perfect (voltooid verleden tijd)

Ihad closed
youhad closed
he/​she/​ithad closed
wehad closed
youhad closed
theyhad closed

Meer hierover: Past Perfect

Future (will)toekomende tijd met “will”

Iwill close
youwill close
he/​she/​itwill close
wewill close
youwill close
theywill close

Meer hierover: “will”

Future perfectFuture Perfect (voltooid toekomende tijd)

Iwill have closed
youwill have closed
he/​she/​itwill have closed
wewill have closed
youwill have closed
theywill have closed

Voorwaardelijke wijs

Conditional (would)voorwaardelijke wijs met “would”

Iwould close
youwould close
he/​she/​itwould close
wewould close
youwould close
theywould close

Meer hierover: Zin met “if”, type 2

Conditional perfectvoltooid voorwaardelijke wijs met “would have”

Iwould have closed
youwould have closed
he/​she/​itwould have closed
wewould have closed
youwould have closed
theywould have closed

Duurvormen

Present progressivePresent Continuous

Iam closing
youare closing
he/​she/​itis closing
weare closing
youare closing
theyare closing

Meer hierover: Present Continuous

Past progressivePast Continuous

Iwas closing
youwere closing
he/​she/​itwas closing
wewere closing
youwere closing
theywere closing

Meer hierover: Past Continuous

Present perfect progressivePresent Perfect Continuous

Ihave been closing
youhave been closing
he/​she/​ithas been closing
wehave been closing
youhave been closing
theyhave been closing

Meer hierover: Present Perfect Continuous

Past perfect progressivePast Perfect Continuous

Ihad been closing
youhad been closing
he/​she/​ithad been closing
wehad been closing
youhad been closing
theyhad been closing

Future progressiveFuture Continuous

Iwill be closing
youwill be closing
he/​she/​itwill be closing
wewill be closing
youwill be closing
theywill be closing

Gebiedende wijs

Imperativegebiedende wijs, bevestigend

youclose
welet's close

Meer hierover: De gebiedende wijs

Onvervoegde vormen

Voorbeeldzinnen uit de cursus

Elke zin komt uit de woordenlijsten of grammaticathema’s van deze cursus. De werkwoordsvorm is gemarkeerd; eronder staat welke tijd en persoon het is.

  • All the shops were closed.Alle winkels waren dicht.

    closed – Past simple · I; Past simple · you

  • She reached the platform as the doors were closing.Ze bereikte het perron toen de deuren dichtgingen.

    closing – -ing form

  • The flood closed the road.Door de overstroming was de weg dicht.

    closed – Past simple · I; Past simple · you

  • The line is currently closed.De lijn is momenteel gesloten.

    closed – Past simple · I; Past simple · you

  • The shop is closed on Tuesday.Op dinsdag is de winkel dicht.

    closed – Past simple · I; Past simple · you

  • The shops are closed at Easter.Met Pasen zijn de winkels dicht.

    closed – Past simple · I; Past simple · you

Meer voorbeeldzinnen

  • Close your eyes and count to ten.Doe je ogen dicht en tel tot tien.

  • The museum closes at five on Mondays.Op maandag gaat het museum om vijf uur dicht.

  • The factory closed in 2015.De fabriek ging in 2015 dicht.

Typische fouten van Nederlandstaligen

  • Fout Close the door on lock.

    Goed Lock the door.

    “De deur op slot doen” is in het Engels één woord: lock. Een letterlijke vertaling met on lock zegt niets.

Vaste combinaties

  • close a deal — een deal sluiten
  • close an account — een rekening opheffen
  • close down a shop — een winkel sluiten (voorgoed)

Werkwoorden die je makkelijk verwart

  • open Het tegendeel: open — openen, close — sluiten; bij winkels zeg je ook shut.
  • lock close — alleen dichtdoen, lock — op slot doen.

Kort oefenen

Open plekken: 5 – eerst uit de voorbeeldzinnen hierboven, dan uit de tabel. Elk antwoord telt mee voor je herhalingen.

Verder leren

Werkwoorden met hetzelfde patroon

Bijpassende grammaticathema’s

De vormen zijn berekend volgens de regels van de taal – twee keer, langs twee onafhankelijke wegen – en vergeleken met alle met de hand geschreven vormen in deze cursus. De voorbeeldzinnen zijn eigen zinnen van de cursus.