Direct naar de inhoud
EveryLingua Alle talenWoordenboek
NL

Vervoeging van change

  • Betekenis zich omkleden; veranderen
  • Niveau A2
  • Patroon regelmatig

Wat bijzonder is aan dit werkwoord

  • Bijzondere spelling bij “-ing” (stomme e valt weg, medeklinker verdubbeld, “-ie” wordt “-y”): changing. → Present Continuous

Vet en onderstreept: de uitgang. ◆ markeert een vorm die van de regel afwijkt.

Aantonende wijs

Present simplePresent Simple (tegenwoordige tijd)

Ichange
youchange
he/​she/​itchanges
wechange
youchange
theychange

Meer hierover: Present Simple

Past simplePast Simple (verleden tijd)

Ichanged
youchanged
he/​she/​itchanged
wechanged
youchanged
theychanged

Meer hierover: Past Simple

Present perfectPresent Perfect

Ihave changed
youhave changed
he/​she/​ithas changed
wehave changed
youhave changed
theyhave changed

Meer hierover: Present Perfect

Past perfectPast Perfect (voltooid verleden tijd)

Ihad changed
youhad changed
he/​she/​ithad changed
wehad changed
youhad changed
theyhad changed

Meer hierover: Past Perfect

Future (will)toekomende tijd met “will”

Iwill change
youwill change
he/​she/​itwill change
wewill change
youwill change
theywill change

Meer hierover: “will”

Future perfectFuture Perfect (voltooid toekomende tijd)

Iwill have changed
youwill have changed
he/​she/​itwill have changed
wewill have changed
youwill have changed
theywill have changed

Voorwaardelijke wijs

Conditional (would)voorwaardelijke wijs met “would”

Iwould change
youwould change
he/​she/​itwould change
wewould change
youwould change
theywould change

Meer hierover: Zin met “if”, type 2

Conditional perfectvoltooid voorwaardelijke wijs met “would have”

Iwould have changed
youwould have changed
he/​she/​itwould have changed
wewould have changed
youwould have changed
theywould have changed

Duurvormen

Present progressivePresent Continuous

Iam changing
youare changing
he/​she/​itis changing
weare changing
youare changing
theyare changing

Meer hierover: Present Continuous

Past progressivePast Continuous

Iwas changing
youwere changing
he/​she/​itwas changing
wewere changing
youwere changing
theywere changing

Meer hierover: Past Continuous

Present perfect progressivePresent Perfect Continuous

Ihave been changing
youhave been changing
he/​she/​ithas been changing
wehave been changing
youhave been changing
theyhave been changing

Meer hierover: Present Perfect Continuous

Past perfect progressivePast Perfect Continuous

Ihad been changing
youhad been changing
he/​she/​ithad been changing
wehad been changing
youhad been changing
theyhad been changing

Future progressiveFuture Continuous

Iwill be changing
youwill be changing
he/​she/​itwill be changing
wewill be changing
youwill be changing
theywill be changing

Gebiedende wijs

Imperativegebiedende wijs, bevestigend

youchange
welet's change

Meer hierover: De gebiedende wijs

Onvervoegde vormen

Voorbeeldzinnen uit de cursus

Elke zin komt uit de woordenlijsten of grammaticathema’s van deze cursus. De werkwoordsvorm is gemarkeerd; eronder staat welke tijd en persoon het is.

  • The nurse changed the bandage.De verpleegkundige verwisselde het verband.

    changed – Past simple · I; Past simple · you

  • His style changed after the war.Na de oorlog veranderde zijn stijl.

    changed – Past simple · I; Past simple · you

  • That is why we changed the plan.Daarom hebben we het plan veranderd.

    changed – Past simple · I; Past simple · you

  • The coach changed the whole line-up.De trainer veranderde de hele opstelling.

    changed – Past simple · I; Past simple · you

  • As far as I know, nothing has changed.Voor zover ik weet, is er niets veranderd.

    changed – Past simple · I; Past simple · you

  • The boarding gate has changed to twelve.De gate is veranderd in twaalf.

    changed – Past simple · I; Past simple · you

Meer voorbeeldzinnen

  • I need to change trains in Amersfoort.Ik moet in Amersfoort overstappen.

  • The city has changed a lot since the nineties.De stad is sinds de jaren negentig erg veranderd.

  • She changes her hairstyle every few months.Ze verandert om de paar maanden van kapsel.

Typische fouten van Nederlandstaligen

  • Fout I want to change myself before dinner.

    Goed I want to get changed before dinner.

    “Ik wil me omkleden” is get changed of gewoon change; change myself betekent “mezelf als mens veranderen”.

Vaste combinaties

  • change your mind — van gedachten veranderen
  • change money — geld wisselen
  • change a tyre — een band verwisselen

Werkwoorden die je makkelijk verwart

  • move Van woonplaats veranderen is move, niet change house.
  • turn turn into — in iets heel anders veranderen; change is algemener.

Kort oefenen

Open plekken: 5 – eerst uit de voorbeeldzinnen hierboven, dan uit de tabel. Elk antwoord telt mee voor je herhalingen.

Verder leren

Werkwoorden met hetzelfde patroon

Bijpassende grammaticathema’s

De vormen zijn berekend volgens de regels van de taal – twee keer, langs twee onafhankelijke wegen – en vergeleken met alle met de hand geschreven vormen in deze cursus. De voorbeeldzinnen zijn eigen zinnen van de cursus.