Direct naar de inhoud
EveryLingua Alle talenWoordenboek
NL

Vervoeging van grow

  • Betekenis groeien, verbouwen
  • Niveau A2
  • Patroon onregelmatig · wordt vervoegd als know

Wat bijzonder is aan dit werkwoord

Vet en onderstreept: de uitgang. ◆ markeert een vorm die van de regel afwijkt.

Aantonende wijs

Present simplePresent Simple (tegenwoordige tijd)

Igrow
yougrow
he/​she/​itgrows
wegrow
yougrow
theygrow

Meer hierover: Present Simple

Past simplePast Simple (verleden tijd)

Igrew
yougrew
he/​she/​itgrew
wegrew
yougrew
theygrew

Meer hierover: Past Simple

Present perfectPresent Perfect

Ihave grown
youhave grown
he/​she/​ithas grown
wehave grown
youhave grown
theyhave grown

Meer hierover: Present Perfect

Past perfectPast Perfect (voltooid verleden tijd)

Ihad grown
youhad grown
he/​she/​ithad grown
wehad grown
youhad grown
theyhad grown

Meer hierover: Past Perfect

Future (will)toekomende tijd met “will”

Iwill grow
youwill grow
he/​she/​itwill grow
wewill grow
youwill grow
theywill grow

Meer hierover: “will”

Future perfectFuture Perfect (voltooid toekomende tijd)

Iwill have grown
youwill have grown
he/​she/​itwill have grown
wewill have grown
youwill have grown
theywill have grown

Voorwaardelijke wijs

Conditional (would)voorwaardelijke wijs met “would”

Iwould grow
youwould grow
he/​she/​itwould grow
wewould grow
youwould grow
theywould grow

Meer hierover: Zin met “if”, type 2

Conditional perfectvoltooid voorwaardelijke wijs met “would have”

Iwould have grown
youwould have grown
he/​she/​itwould have grown
wewould have grown
youwould have grown
theywould have grown

Duurvormen

Present progressivePresent Continuous

Iam growing
youare growing
he/​she/​itis growing
weare growing
youare growing
theyare growing

Meer hierover: Present Continuous

Past progressivePast Continuous

Iwas growing
youwere growing
he/​she/​itwas growing
wewere growing
youwere growing
theywere growing

Meer hierover: Past Continuous

Present perfect progressivePresent Perfect Continuous

Ihave been growing
youhave been growing
he/​she/​ithas been growing
wehave been growing
youhave been growing
theyhave been growing

Meer hierover: Present Perfect Continuous

Past perfect progressivePast Perfect Continuous

Ihad been growing
youhad been growing
he/​she/​ithad been growing
wehad been growing
youhad been growing
theyhad been growing

Future progressiveFuture Continuous

Iwill be growing
youwill be growing
he/​she/​itwill be growing
wewill be growing
youwill be growing
theywill be growing

Gebiedende wijs

Imperativegebiedende wijs, bevestigend

yougrow
welet's grow

Meer hierover: De gebiedende wijs

Onvervoegde vormen

Voorbeeldzinnen uit de cursus

Elke zin komt uit de woordenlijsten of grammaticathema’s van deze cursus. De werkwoordsvorm is gemarkeerd; eronder staat welke tijd en persoon het is.

  • He has grown a beard.Hij heeft een baard laten staan.

    grown – past participle

  • She grew up on a farm.Ze groeide op het platteland op, op een boerderij.

    grew – Past simple · I; Past simple · you

  • They grow vegetables in the garden.Ze verbouwen groente in de tuin.

    grow – Present simple · I; Present simple · you

  • He grew up as an only child.Hij groeide op als enig kind.

    grew – Past simple · I; Past simple · you

  • I grew up in a small village.Ik ben in een klein dorp opgegroeid.

    grew – Past simple · I; Past simple · you

  • She has grown out of the cot.Ze is uit haar bedje gegroeid.

    grown – past participle

Meer voorbeeldzinnen

  • Tomatoes grow well in a sunny spot.Tomaten groeien goed op een zonnige plek.

  • My grandparents grow their own potatoes.Opa en oma verbouwen hun eigen aardappels.

  • The company grew very fast.Het bedrijf groeide heel snel.

Typische fouten van Nederlandstaligen

  • Fout I became big in a small town.

    Goed I grew up in a small town.

    “Ik ben in een klein stadje groot geworden” lokt became big uit. Opgroeien is grow up; grow alleen betekent “langer worden”.

Vaste combinaties

  • grow a beard — een baard laten staan
  • grow old — oud worden
  • grow out of something — ergens uit groeien

Werkwoorden die je makkelijk verwart

  • become grow + bijvoeglijk naamwoord (grow tired) is geleidelijk worden; become is gewoon iets worden.

Kort oefenen

Open plekken: 5 – eerst uit de voorbeeldzinnen hierboven, dan uit de tabel. Elk antwoord telt mee voor je herhalingen.

Verder leren

Werkwoorden met hetzelfde patroon

Bijpassende grammaticathema’s

De vormen zijn berekend volgens de regels van de taal – twee keer, langs twee onafhankelijke wegen – en vergeleken met alle met de hand geschreven vormen in deze cursus. De voorbeeldzinnen zijn eigen zinnen van de cursus.